Grondslagen voor de resultaatbepaling

Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de in rekening gebrachte premies en overige baten en de betaalde schaden en andere lasten over het jaar, rekening houdend met lopende herverzekeringsovereenkomsten. Baten en lasten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering of vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een waardeverandering van een actief of een mutatie van een verplichting heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Verliezen worden verantwoord zodra zij te voorzien zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde beleggingen.

De aan herverzekeraars betaalde herverzekeringspremie wordt naar evenredigheid van de looptijd van de contracten als last genomen in de resultatenrekening.

Verdiende premies eigen rekening

Onder brutopremies wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte bedragen, na aftrek van de in rekening gebrachte assurantiebelasting, polis- en administratiekosten en wettelijke bijdragen.

De premie voor schadeverzekeringen wordt na aftrek van initiële kosten verdeeld over de looptijd van het contract en naar evenredigheid van de verstreken verzekeringstermijn als opbrengst genomen. De wijziging in de technische voorzieningen voor niet-verdiende premies en lopende risico‚Äôs wordt tevens onder het premie-inkomen verantwoord. Dit gebeurt afzonderlijk voor iedere branche. Bovemij onderscheidt bij het opstellen van de jaarrekening de volgende branches: ongevallen en ziekte, motorrijtuigen aansprakelijkheid, casco, brand en andere schade aan goederen en overige branches.

Het resultaat voor de verdiende premies wordt evenredig naar het verloop van de premies verdiend gemaakt. Uitzondering hierop zijn directe consumentenverzekeringen. Bij directe consumentenverzekeringen wordt op dag één al twaalf procent van de premie verdiend gemaakt om de initiële kosten te dekken. Kortingen die deel uitmaken van een op het risico afgestemd tarief worden in mindering gebracht op de brutopremies.

Toegerekende beleggingsopbrengsten

De beleggingen worden aangehouden ter afdekking van het eigen vermogen en de technische voorzieningen. De opbrengsten uit beleggingen worden aan de branches toegerekend op basis van de gemiddelde omvang van de technische voorzieningen.

Schade eigen rekening

De schade voor eigen rekening wordt per branche uitgewerkt, de herverzekeringen worden evenredig afgedragen. De branches die Bovemij onderscheidt bij het opstellen van de jaarrekening zijn: ongevallen en ziekte, motorrijtuigen aansprakelijkheid, casco, brand en andere schade aan goederen en overige branches.

Onder de schade voor eigen rekening wordt ook de mutatie van de technische voorziening weergegeven. Bij de bestaande schaden wordt de last aan de hand van een mutatie van de IBNER-voorziening opgenomen voor eventueel te laag uitgevallen reserveringen en de last aan de hand van een mutatie van de IBNR-voorziening voor de schaden die nog niet zijn gemeld.

Bedrijfskosten

Binnen Bovemij vallen de acquisitie-, bedrijfs- en personeelskosten onder de post bedrijfskosten. Al deze kosten worden gemaakt voor het voortbrengen van omzet, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen kosten van aan de klant geleverde goederen en kosten van bedrijfsvoering.

De acquisitiekosten in verband met overeenkomsten die van kracht zijn op de balansdatum en die worden overgedragen naar volgende rapportageperioden, worden geactiveerd voor de resterende risicoperioden.

Pensioenen

Bovemij kent tot en met 31 december 2018 verschillende pensioenregelingen voor het personeel. Welke regeling van toepassing is, is afhankelijk van het moment van indiensttreding en het bedrijfsonderdeel waarvoor een medewerker werkt. Deze regelingen waren onder te verdelen in een beschikbare premieregeling (RDC), een pensioenregeling op basis van de cao verzekeringsbedrijf, een fiscaal maximale pensioenregeling met een voorwaardelijke indexatieregeling en een fiscaal maximale pensioenregeling met een onvoorwaardelijke indexatieregeling.
Per 1 januari 2019 zijn, met uitzondering van RDC waar al een beschikbare premieregeling van kracht was, alle pensioenregelingen voor actieven aangepast naar moderne beschikbare premieregelingen. Hierbij zijn ook de onvoorwaardelijke indexatieregelingen voor actieven in zijn geheel gestopt. Voor inactieven zijn de huidige regelingen vooralsnog intact gebleven.

Beleggingen

De opbrengst uit beleggingen en beleggingslasten bestaan uit huuropbrengsten uit terreinen en gebouwen, dividenduitkeringen uit aandelenfondsen en rentebaten uit hypotheken, obligaties, uitstaande leningen en liquiditeiten, alsmede beleggingskosten, gerealiseerde beleggingswinsten en -verliezen en waardeveranderingen van beleggingen.

Niet-verzekeringstechnische activiteiten

Niet-verzekeringstechnische activiteiten betreffen de resultaten van activiteiten niet zijnde verzekeringstechnische activiteiten.

Belastingen

De belastingen over het resultaat worden berekend naar het voor het betreffende boekjaar geldende nominale tarief, waarbij rekening wordt gehouden met fiscale faciliteiten. Voor zover de betaling van de vennootschapsbelasting wordt uitgesteld, wordt hiervoor een voorziening voor latente belastingen gevormd.