Marktontwikkelingen

Ontwikkelingen op economisch vlak

Het gaat nog steeds goed met de Nederlandse economie. Na een groei van 2,6% in 2018 wordt ook voor 2019 opnieuw een behoorlijke groei voorzien. De werkloosheid in Nederland komt dichter en dichter bij een all-time low: in 2019 wordt een werkloosheid van onder de 4% voorzien. De krapte op de arbeidsmarkt is in een aantal sectoren - waaronder de mobiliteitsbranche - goed voelbaar.

Er beginnen wel twijfels te ontstaan over de omvang van deze groei. DNB stelde de groeiverwachting voor 2019 naar beneden bij tot onder de 2%. Ondanks de overwegend positieve cijfers lijkt er een soort van dreiging te ontstaan. Zo is het consumentenvertrouwen recent sterk gedaald. Ook beleggers tonen meer en meer onzekerheid. Internationaal zijn de aanhoudende onzekerheid over de Brexit en de handelsoorlog tussen de VS en China hier zeker debet aan. Maar ook in Europa groeien de onzekerheden en twijfels over de financierbaarheid van de diverse landenbegrotingen en de afbouw van de enorme schuldenberg. De Duitse economie is recent net aan een eerste minirecessie ontsnapt. Velen hebben het beeld van de recessie naar aanleiding van de financiële crisis nog helder voor de geest, een recessie die economisch nauwelijks te voorspellen bleek.

Besteedbaar inkomen stijgt niet mee

De krapte op de arbeidsmarkt heeft niet of nauwelijks tot een stijging van het besteedbaar inkomen in Nederland geleid. Nederland lijkt hier de laatste jaren, in negatieve zin, voorop te lopen. De (zeer) beperkte loonstijgingen van de laatste jaren ten opzichte van de jaren (ver) voor de crisis en de relatief sterke stijging van het aantal ZZP-ers en flexwerkers gelden als belangrijkste oorzaken. Een steeds groter deel van de werkende bevolking in Nederland, naar schatting nu al circa 40%, heeft geen vast contract. De stijging van het arbeidsinkomen blijft ook internationaal al vele jaren sterk achter bij de economische groei; het grootste deel van de groei gaat naar de bedrijven en daarmee naar de verschaffers van kapitaal. Dit is een internationaal fenomeen, in belangrijke mate gedreven door technologische ontwikkelingen. Misschien is dit mede de oorzaak voor het dalende vertrouwen.

Bedrijfsleven profiteert maar investering blijven achter

Het Nederlandse bedrijfsleven profiteerde de afgelopen jaren sterk van de internationale economische groei. Ook in Nederland stegen de winsten van bedrijven naar grote hoogte. Naar verwachting zal de voor Nederland erg belangrijke exportgroei gaan afnemen. Het dalende productenvertrouwen geldt als een voorloper hiervan; vaak is dat de voorbode van dalende investeringen. Dit terwijl verdere investeringen in technologie noodzakelijk zijn, omdat productiviteitsstijging door de lage werkloosheid en lage bevolkingsgroei niet kan komen uit de factor arbeid. De gevolgen van de wereldwijd toenemende vergrijzing zijn niet of nauwelijks op te vangen door technologische innovatie. Ondanks alle innovatieve ontwikkelingen laat de groei van de arbeidsproductiviteit sinds de jaren ’70 een dalende trend zien. Dit betekent dat de meerjarige langetermijngroei ook weleens anders uit kan pakken.

Afbouw opkoopprogramma ECB

Het nooit eerder vertoonde opkoopprogramma van de ECB is in 2018 afgezwakt en wordt vanaf 2019 beëindigd. Aflossende obligaties worden weliswaar gewoon opnieuw geïnvesteerd maar per saldo zal de schuldenberg maand voor maand worden teruggebracht doordat geen nieuwe aankopen plaatsvinden. De markt is vooral zeer benieuwd naar de consequenties van deze koerswijziging. Over de impact van de opbouw zijn de afgelopen jaren vele theorieën verschenen. Hetzelfde geldt voor de mogelijke impact van de geplande afbouw. En wat als dat gepaard gaat met oplopende rentes? De rente is sinds de introductie van het ECB-beleid maar liefst acht keer verlaagd en nog niet eenmaal verhoogd. De ECB laat zich hier voorlopig niet concreet over uit, waardoor het de algemene verwachting is dat deze nog langere tijd (zeer) laag zal blijven. De huidige rente voor bankleningen bij de ECB bedraagt 0%; voor het stallen van deposito’s ontvangt de ECB zelfs 0,4% ofwel een negatieve rente. Een renteverhoging zou misschien tonen dat het nu echt beter gaat. Een slecht getimede verhoging in een neerwaartse groei zou zo maar kunnen leiden tot een verdere groeivertraging of zelfs een nieuwe recessie kunnen inleiden.

Ontwikkelingen in de mobiliteitsbranche

Samenwerking om schaalvoordelen te benutten

De uitdagingen voor de branche worden jaar op jaar duidelijker. De meeste hangen samen met alle technologische ontwikkelingen die gaande zijn. Dit geldt zowel ten aanzien van het product (de auto, de fiets, etc.), als voor de klantreis (internet) en de bedrijfsvoering (efficiëntie). De mobiliteitsketen, dat wil zeggen de afstand voor de fabrikant tot aan de consument, wordt door de technologische ontwikkelingen verkort. Om hiervan te kunnen profiteren is het vaak belangrijk voldoende schaal te hebben.

De impact van deze ontwikkelingen op de markt zijn duidelijk zichtbaar. Een aantal bedrijven slaagt erin door een zeer directe klantbenadering, volledig zelfstandig, blijvend goede resultaten te behalen. Deze bedrijven zijn echter eerder uitzondering dan regel. Voor de meerderheid van de bedrijven geldt dat in ieder geval deels of soms zelfs volledig aansluiting moet worden gezocht bij anderen. Het grote voordeel van de branche was altijd dat de retail aan het begin (verkoop), midden (onderhoud en service) en einde (inruil) van de keten zat. Vooral door internet staat deze positie op z’n zachtst gezegd onder druk. Internet geeft de consument en de fabrikant mogelijkheden om direct, zonder tussenkomst van de retail, te communiceren. Er is creativiteit, innovatie en vooral goede samenwerking nodig om de rol en toegevoegde waarde van de retail in deze nieuwe realiteit bij de consument te blijven bewijzen.

Krachten bundelen

De branche communiceert vanuit zeer veel verschillende loketten op vaak totaal verschillende manieren met de consument. De consument is zonder (vaak zeer) forse uitgaven steeds lastiger te bereiken aangezien grote digitale platforms dit podium steeds meer opeisen. De ‘winkels’ buiten de branche bepalen meer en meer de richting en misschien nog belangrijker, de prijs en de marge. De platforms van fabrikanten, grote leasebedrijven, financieel dienstverleners en inkoopcombinaties (zoals Marktplaats, Amazon en Google) pakken een steeds groter deel van de markt.

Mobiliteitsbedrijven die klanten in dit digitale speelveld willen bereiken moeten meer doen dan traditioneel omgaan met hun producten en dienstverlening. De digitale stap is onontkoombaar. Liefst zonder in te boeten aan service, kwaliteit en bereikbaarheid. Alleen: hoe doen bedrijven dat zonder hun eigen bestaansrecht in te leveren? Voorbeelden van innovatieve samenwerking buiten de branche zijn er genoeg en ook in de mobiliteitsbranche zoeken veel partijen deze samenwerking actief op.

Via het leggen van (persoonlijke en digitale) verbindingen werken Bovemij en BOVAG intensief samen met de branche om de krachten te bundelen en in te zetten om een eigen platform te creëren. ViaBOVAG.nl is volledig gericht op de sterke punten van de branche: betrouwbaarheid, service, kwaliteit en bereikbaarheid.

Data

Een belangrijk onderdeel van Bovemij in het digitale speelveld is RDC. Het databedrijf van de branche wordt ingezet om de branche zoveel als mogelijk te helpen bij de digitale transitie. RDC stelt kennis en data ter beschikking die de bedrijven in de branche verder helpt en hen ondersteunt bij hun klantbenadering en de verbetering van de efficiency van de bijbehorende processen. RDC is de data-schakel en een zeer belangrijk deel van de motor achter de twee digitale winkels van Bovemij en BOVAG: viaBOVAG.nl en mijnOndernemersportaal.nl. De komende jaren zal samen met de andere onderdelen van Bovemij samengewerkt worden aan nieuwe, innovatieve oplossingen die via de portalen ter beschikking worden gesteld aan de branche.

Cijfers in de mobiliteitsbranche 

Meer personenauto’s

Na jaren van stagnatie of zelfs daling van het aantal verkochte personenauto’s is de trend vanaf 2016 definitief gebroken. Voor het derde jaar op rij stegen de aantallen personenauto’s met ruim 100.000 tot een recordaantal van ruim 8,5 miljoen. Dit is een stijging van in totaal zo’n 1,8% ten opzichte van vorig jaar en meer dan 3% ten opzichte van twee jaar geleden. De aantallen stegen vanaf 2010 met 10%. Maar ook de gemiddelde aanschafprijs stijgt door en is inmiddels boven de €32.000 uitgekomen; een stijging van 34% sinds 2010! Het aantal nieuwe registraties bedroeg 444.000, een stijging van 7% ten opzichte van 2017. De in- en uitvoer van personenauto’s hielden elkaar met ieder ruim 200.000 redelijk in balans.

Verreweg het grootste deel van de groei bestaat uit benzineauto’s; het aantal dieselvoertuigen bleef stabiel (wat al een tiental jaren het geval is). Het aandeel hybride en elektrische voertuigen steeg weliswaar door, maar bedraagt met een kleine 300.000 voertuigen nog altijd slechts zo’n 3% van het totale aantal. Ruim 90% van dat aantal is overigens hybride. Ook het aantal bedrijfsauto’s steeg licht en bevindt zich na een beperkte daling de afgelopen jaren inmiddels weer op het niveau van rond het begin van de crisis (ruim 1,1 miljoen).

Private lease door de grens van 100.000 contracten

Een heel belangrijke ontwikkeling in het wagenpark is de groei van private lease. Door de sterke stijging van het aantal private leasecontracten steeg het aantal leasecontracten met bijna 10% tot 860.000. Circa 60% van deze stijging wordt toegeschreven aan private lease. Private lease maakt nieuwe, schonere auto’s in een hoog tempo bereikbaar en betaalbaar voor een groter publiek. Voor de branche is deze ontwikkeling echter niet alleen maar positief. Sterker nog: een veel gehoord geluid is dat deze vorm van lease leidt tot verdere uitholling van marges en dat hierdoor tevens het klantcontact nog verder verwijdert van het autobedrijf. De vaak tegen bodemprijzen weggezette auto’s zijn de eerste jaren vrijwel onderhoudsvrij en worden veelal geleverd door de (grotere) leasemaatschappijen; all-in, dus inclusief verzekering en financiering.

CO2-reductie blijft achter bij doelstellingen

In 2018 komt het aantal registraties van personenauto’s met 444.000 ruim 7% hoger uit dan in 2017 (414.000). Aantallen van meer dan 500.000 blijven buiten bereik. Aangezien het wagenpark sterker steeg, valt te concluderen dat het wagenpark nog altijd langzaam maar zeker veroudert. Ingegeven door de positieve groeiverwachting maar tegelijkertijd een aantal onzekerheden voorzien BOVAG en RAI Vereniging voor 2019 met een verwachting van 440.000 geen verdere stijging. Het aantal verkochte gebruikte auto’s steeg in 2018 door tot iets boven de 2 miljoen. Hiervan wordt een groot deel (circa 40%) rechtstreeks tussen consumenten verhandeld.

De in het klimaatakkoord van Parijs voorgenomen CO2-reductie komt al met al niet snel dichterbij. Er komen nog altijd meer auto’s, waarvan de nieuwe weliswaar minder maar nog altijd te veel uitstoten, aangezien de groei van het aantal hybride en elektrische voertuigen nog (veel) te beperkt is. Ook de private leaseauto’s betreffen nagenoeg uitsluitend benzineauto’s. De politiek beziet in hoeverre aanvullende maatregelen nodig zijn om de doelen alsnog te kunnen halen of deze bij te stellen. Gelet op het recente verleden is de verwachting dat dergelijke maatregelen opnieuw grote impact kunnen hebben op de branche.

Minder dealerbedrijven

Het aantal autobedrijven nam in 2018 verder af tot 5.286 (2017: 5.320). Hieronder 2.010 dealerbedrijven; dit zijn er 71 minder dan in 2017 (2.081). De schaalvergroting lijkt vooral bij de dealerbedrijven verder door te zetten. De afgelopen 10 jaar is het aantal dealervestigingen met ongeveer 30% teruggebracht terwijl het aantal universele vestigingen met circa 3.200 relatief stabiel bleef.

De tweewielerbranche reageert

De tweewielerbranche is zich zeer bewust van de ontwikkelingen in de branche en de impact die dit heeft op hun bedrijfsmodel. Elektrische fietsen en scooters zijn niet meer weg te denken in het assortiment. Sterker nog: deze bepalen vaak het grootste deel van de omzet en marge. Aan de distributiekant zijn verkoop via internet en de grote platforms bepalend voor de aantallen. De retailbedrijven focussen op verbetering van klantcontact, kennis en kwaliteit. Ook zie je veel winkels verregaand specialiseren. De e-bikes brengen in dit opzicht weer veel nieuwe servicegerichte vragen die opgelost moeten worden.

Fiets van de zaak

De fiscale fietsregeling van een aantal jaar terug was zeer aantrekkelijk voor werknemers. De afschaffing per 1-1-2015 had een duidelijk negatieve impact op de aantallen nieuwverkopen. De overheid is de afgelopen jaren, ook door BOVAG, aangesproken op het opnieuw instellen van een dergelijke regeling. Inmiddels is duidelijk geworden dat vanaf 2020 een nieuwe regeling zal worden ingevoerd. Deze regeling lijkt, met een fiscale bijtelling van 7% per jaar, op zich fiscaal interessant voor werknemers. Een belangrijk doel van de overheid hierbij is reductie van het gebruik van auto’s ten behoeve van het woon-werkverkeer. De regeling geldt ook voor e-bikes en speed pedelecs. Aan de andere kant stuit de voorgestelde regeling op een groot aantal praktische bezwaren zodat we moeten zien welk effect deze regeling zal gaan hebben.

Ontwikkelingen op de weg

Verduurzaming van het wagenpark; niet heel snel, wel zeker

Het wegbeeld verandert langzaam maar zeker. De elektrificatie van het Nederlandse wagenpark verloopt misschien trager dan verwacht, het aantal elektrische laadpunten in Nederland steeg daarentegen het afgelopen jaar enorm. Inmiddels staan er al ruim meer dan 120.000 in Nederland, waarvan een groot deel publiek, een voorwaarde voor de verdere groei van het elektrisch rijden.

De afschaffing van (het grootste deel van de) fiscale subsidie speelt de verkoop van de nog steeds dure (vol)elektrische voertuigen parten. In 2019 of uiterlijk 2020 lanceren echter alle grote merken een of meerdere nieuwe elektrische modellen. Veelal duidelijk onder het hoge prijsniveau van bijvoorbeeld Tesla of Jaguar. En daarmee dus ook meer bereikbaar voor het grotere publiek. Zeker als dit in combinatie gaat met een verkoop in de vorm van prijs per maand, oftewel private lease. De doelstellingen van duurzaam rijden zijn zeer uitdagend maar blijven overeind. De overheid zal de komende jaren actief op zoek gaan naar manieren om het wagenpark versneld om te bouwen naar CO2 vrij. Een vorm van rekening rijden zal uiteindelijk worden ingevoerd waarbij het de verwachting is dat de ‘vervuiler’ extra zal worden belast. Al deze factoren zullen de komende jaren bijdragen aan een duidelijke versnelling van de groei van het aantal elektrische voertuigen.

Het bestaande wagenpark van ruim 8,5 miljoen personenauto’s en nog eens 1,1 miljoen bestelauto’s zal ook de komende jaren wegbepalend zijn. Het onderhoud van deze veelal benzinevoertuigen blijft vooralsnog traditioneel. Als het om nieuwverkopen gaat, verandert dit beeld. Door de combinatie van stimulerende en afremmende overheidsmaatregelen, de introductie van nieuwe en meer betaalbare elektrische modellen en private lease zou er mogelijk toch een versnelling kunnen optreden in de afbouw van dit traditionele wagenpark. De verduurzaming die hierdoor optreedt, wordt door alle stakeholders in mobiliteit Nederland omarmd en gestimuleerd.

Ontwikkelingen in de financiële sector

De financiële sector bevindt zich midden in een transitie. De financiële crisis heeft grote impact gehad op nagenoeg alle facetten van de sector. Stevige bewegingen zijn ingezet op het gebied van regelgeving, technologische ontwikkeling, transparantie en algehele beeldvorming. Financiële instellingen zoeken (noodgedwongen) naar bestaansrecht en toegevoegde waarde. De gemiddelde klantwaardering is lager dan ooit, het politieke draagvlak voor de sector zo mogelijk nog lager. Door technologische ontwikkelingen zijn nieuwe toetreders in staat om snel goede werkende alternatieven te bieden voor onderdelen van de dienstverlening, zodat de concurrentie toeneemt. Eenvoudige producten zoals bankrekeningen, betalingen en eenvoudige verzekeringen zoals autoverzekeringen worden steeds meer aangeboden als commodities. Misschien nog wel meer dan dat geldt voor andersoortige bedrijven moeten bedrijven in de financiële sector op zoek naar hun identiteit. Voor wie zijn ze er? Wat voegen ze toe? Wat mag dat dan kosten? En op welke wijze doen we dat dan? Een aantal bedrijven heeft bewuste keuzes gemaakt en een stevige koers- en cultuurwijziging ingezet. Met name voor de grotere bedrijven in de sector is dit minder eenvoudig. Wendbaarheid is een veelgehoord begrip dat niet eenvoudig samengaat met de omvang en bureaucratie van een groot deel van de sector.

Financiële eisen

De sinds de crisis sterk verscherpte (financiële) eisen die aan banken, pensioenfondsen en verzekeraars worden gesteld moeten leiden tot het voorkomen van situaties zoals die zich in 2008 en 2009 voordeden. Alle financials zijn verplicht duidelijk grotere buffers aan te houden. Doorbelasting van kosten van deze (vermogens)buffers aan de consument is slechts zeer beperkt mogelijk. De consequentie is dat de aandeelhouders in de meeste gevallen de rekening hebben moeten betalen. Tegelijkertijd beweegt de (lange) rente inmiddels zo’n 5 jaar op een historisch laag niveau van onder de 1%; in 2011 was deze nog ruim 3%. De aandelenkoersen verdubbelden in dezelfde periode maar aan de stijging lijkt eind 2018 een (voorlopig) einde gekomen. Dit alles heeft een enorme impact op de resultaten van de financiële instellingen. De Europese bankenindex heeft zich niet meer kunnen herstellen en bevindt zich op het niveau van eind vorige eeuw. De (Stoxx Europe 600) index voor verzekeraars geeft een positiever beeld maar ook deze index is de afgelopen drie jaar niet gestegen. Financiële instellingen moeten niet alleen op zoek naar een nieuwe identiteit, maar ook naar nieuwe verdienmodellen.

Toezicht en Interne besturing

De transitie van de branche (en van Bovemij) vindt plaats in een landschap waar regelgeving jaar na jaar wordt aangescherpt (denk aan: Wft, Solvency II, Privacyregelgeving, etc.). Dit leidt niet alleen tot veranderingen in de relatie met de externe toezichthouders, het leidt vooral ook tot een beduidend andere interne organisatie. Een in alle onderdelen van het bedrijf verankerd risicomanagement is essentieel om de gevraagde kwaliteit te kunnen blijven leveren. Het is niet voldoende om dit uitsluitend te benoemen. Zichtbaarheid van de bij risicomanagement behorende processen en een tijdige en grondige (in- en externe) verantwoording hierover zijn vereist.

Bovemij is in 2018 gestart met een herziening van de interne organisatie die moet aansluiten op de strategische transitie en tevens op de extern (door toezichthouders) gestelde eisen. Dit gaat niet alleen over de inrichting van het verzekeringsbedrijf maar over alle onderdelen van de groep. Bij dit traject worden alle belangrijke elementen van besturing tegen het licht gehouden, van de Raad van Bestuur en de eerstelijns-directies van de onderdelen van de groep, tot en met onze interne diensten en de tweede- en derdelijns-(sleutel)functies. In 2019 zal dit proces worden afgerond en in overleg met alle stakeholders worden uitgerold.

Flexibiliteit

Bovemij streeft naar een professionele inrichting van het bedrijf die ons in staat stelt ook de komende jaren onze doelen te behalen. Dit zal leiden tot een verdere verzwaring van interne functies en bijbehorende procedures. Tegelijkertijd moeten we onze organisatie flexibel, wendbaar en marktgericht houden. Dit kan door op alle onderdelen in het bedrijf het directe klantcontact en de intensieve samenwerking met onze (bedrijfsmatige) klanten voorop te stellen. Ook voor veel van onze klanten geldt dat kansen in de markt alleen in samenwerking volledig kunnen worden benut.